Het varkensschuurtje

Gepubliceerd op 15 juli 2020 om 11:37

Afgelopen zaterdag had ik mijn blog bijna klaar, wilde even stoppen met schrijven, maar in plaats van naar opslaan te kijken, keek ik naar wissen en ik was mijn verhaal kwijt. Dus ben ik gisteravond maar opnieuw begonnen. Het was een grijze avond, ik luisterde naar het orgelspel van André Nieuwkoop, het schemerlampje verspreidde een gezellig warm licht en een prachtige bos bloemen voor het raam, gekregen van mijn nichtje en haar man, die maandag in de kerk hun huwelijk hebben laten bevestigen, gaf toch veel gezelligheid om me heen. Een avond om te gaan schrijven dus......  Het schrijven over vroeger doe ik wel graag, maar het heeft toch altijd iets weemoedigs, het geeft een "wat gaat alles snel voorbij gevoel". Over de periode dat ik nog niet naar school hoefde, weet ik nog best veel te herinneren. Vaak zat ik onder de tafel in de achterkamer te spelen, dat was mijn knusse plekje, waar ik onder het afhangende tafelkleed door, mijn moeder zag lopen van de keuken naar de gang en weer terug, vele malen per dag. In de hoek van de kamer stond de box, in die tijd looprek genoemd, waar de jongste de slaapvrije uren doorbracht. Was het olvarit-liga-maaltijd-uurtje voor de kleine spruit aangebroken, dan was ik er als de kippen bij, hoopte altijd, dat er iets voor mij zou overblijven. Wat was er vroeger voor een kind toch veel rust en regelmaat, toch heerlijk voor een kind, om de eerste levensjaren gewoon bij moeder thuis te zijn, geen schoolvoorleesuurtjes, geen kleuterschool, geen computer, geen mobiel-appende ouders, geen speelgoed met van allerlei geluiden en geen gesjees van hier tot ginder, want auto rijden kon mijn moeder niet. Wat een rustig bestaan was dat toch. Ik zat dus onder de tafel, of ik liep dromerig achter moeder aan met de duim in de mond, ja, ja, ik was een echte duimelot! Zo was het ook, als vader thuis was, overal liepen we achter hem aan, echte nieuwsgierige blaagjes waren wij. Op het erf stond nog een oud nostalgisch varkensschuurtje, waar elk jaar een paar varkens werden vetgemest. De biggen kwamen vaak van onze altijd vrolijke ome Wim af, tweelingbroer van mijn moeder uit Slijk-Ewijk. Ome Wim praatte net als mijn moeder, kiek uut en thuus en rieën over de diek enzo. Als de biggen werden gebracht, dan stonden wij erbij. Het was mooi om te zien, die spartelende rolmopsen in jute zakken in de kofferbak van de auto. Er was nog geen Partij voor de Dieren, dus dat kon toen allemaal gewoon, ik denk dat ome Wim zou gezegd hebben, ze zien nie wies om zo'n partij op te richten. Maar goed, de biggen werden in het hok gedaan en werden met de dag groter, tot het moment kwam, dat er een veewagen de dijk kwam afrijden en onze knorrende viervoeters aan de veehandelaar werden verkocht. Ja, ze belandden altijd weer in diepvrieszakjes en één van de varkens kwam tenslotte bij ons op bord terecht. We hadden weliswaar geen vriezer, maar er was een diepvrieshuisje in het dorp, waar iedereen een vriesvak kon huren. Ook daar zijn we als kinderen vaak geweest, erg koud natuurlijk en we waren blij, als onze ouders het juiste hadden gevonden, want al was het in de winter, het voelde als een warme deken, als je weer buiten kwam. Het was op een dag, dat ik niets vermoedend het varkensschuurtje binnen liep. De avond ervoor waren de varkens in de veewagen geladen en mijn oudste broers Gijs en Gert hadden de taak om het hok schoon te maken. De kruiwagen stond in het pad en Gert schepte hem vol en Gijs reed hem naar de mestvaalt achter het schuurtje. Ik was een klein ukkie, dus Gert heeft me waarschijnlijk niet gezien, maar opeens had ik een schep varkensmest op mijn hoofd. Ik schreeuwde moord en brand, dat weet ik nog. Gert was zelf nog maar een jochie, hij schrok zich een hoedje en haalde het ergste eraf en stuurde mij naar binnen. Moeder kon gelijk aan het water koken, zette me in de teil en ik weet het nog precies, dat ze drie keer de haren heeft gewassen. Na de derde keer zei ze : je krieg de keueslucht er nie uut. Ik vond het wel best na drie wasbeurten, in het varkensschuurtje ben ik die dag niet meer geweest. Lang heb ik het verhaal moeten aanhoren, ik had ook niet zo dicht bij de kruiwagen moeten gaan staan, werd er dan gezegd. Och, ik was een dromertje, liet iedereen maar praten. Maar ja, ik heb varkensmest op mijn hoofd gehad en als ik dat nu tegen iemand zou vertellen, zou er, denk ik, gauw gezegd worden, hadden ze vroeger varkens bij jullie thuis? Was je vader dan boer? Tja, ik denk maar zo, varkensmest op je hoofd in je jonge jaren, geeft later niet snel grijze haren.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Marga Verwoert
4 jaar geleden

Ha leuk verhaal , jammer dat ik geen varkensmest op mn haar heb gehad ... ben zo grijs ! 😅 haha maar jij hebt genoten in je kindertijd , ja idd was het toen knus zonder mobil enz en moeder altijd thuis ... dat is toh het beste voor de kids ...

Joke v Soest
4 jaar geleden

Ha Janneke wat weet jij nog veel zeg van vroeger maar he hebt gelijk wat was het rustig en niks geen gevaar en zo leuk om te lezen