Tante Jansje

Gepubliceerd op 12 december 2019 om 06:39

Op 10 december is de enige zus, die mijn moeder had, 91 jaar geworden. Ze is nog goed gezond, is altijd opgeruimd, staat voor iedereen klaar en kan verhalen vertellen over vroeger, zo prachtig, alsof je het vóór je ziet. Haar kinderen en kleinkinderen zijn verknocht aan hun moeder en oma en wij (neven en nichten) zijn heel blij, dat we tante Jansje nog mogen hebben. Het is toch bijzonder, het is een stukje van onze jeugd, een herinnering aan onze moeder en tweelingbroer ome Wim. Toen ik het boek over het voorgeslacht van mijn ouders aan het schrijven was, heeft tante Jansje geduldig mijn vele, vele vragen beantwoord. Ik was zes jaar, toen ze trouwde en we mochten de hele dag mee, wat voor ons een hele belevenis was, zomaar kregen we nieuwe kleren, geen door moeder gemaakte, maar uit de winkel...... Wat waren mijn zussen Corrie en Marga trots op hun roodgeruite pakjes en ik op het jurkje van dezelfde stof. Ik herinner me nog, dat ik het in het gemeentehuis allemaal heel indrukwekkend vond en de trouwdienst in het nostalgische kerkje aan de dijk niet minder. Ik keek vol spanning naar de diaken, die met de collectezak aan een lange stok, manoeuvres maakte tussen de banken door, om de gaven binnen te krijgen. Zoiets had ik nog nooit gezien, in de kerk van thuis deden ze het anders. Ik vond het een kunstwerk, zag het voor me, dat er een hoedje van één der dames door het gangpad zou rollen door een tikje van die lange stok. Van de hele kerkdienst is dat me het meeste bijgebleven. Ja, het kerkje, zo idyllisch gelegen aan de dijk in Slijk-Ewijk, die staat ook in mijn geheugen gegrift, het hele dorpje eigenlijk, want daar woonden immers opa en oma Gerritsen, waar we elke vrijdagavond naartoe gingen, de vw-kever, die mijn vader reed, volgeladen,............ vijf, zes op de achterbank, twee met de knietjes tegen elkaar in de "kattebak", zoals we het gedeelte achterin noemden en de jongste zat bij mijn moeder op schoot. Geen autogordels, geen kinderzitjes, gewoon gaan, in Dodewaard de dijk op, langs het Loenense Bos, "hier woont de boswachter", zei mijn vader dan, "en hier woont de baron", en altijd probeerde ik een glimp op te vangen van het geheimzinnige kasteel, dat ik in mijn verbeelding voor me had. Wat zal het daar deftig zijn, dacht ik dan. Na de vele bochten van de slingerende dijk, kwam de toren van het zo bekende kerkje in zicht, bijna waren we bij opa en oma en tante Jansje, bijna konden we de volgepropte auto uit, bijna konden we gaan spelen met de kinderen van ome Wim en tante Co, die op de boerderij woonden. Als ik naast het kleine gebogen achterraampje zat, keek ik vol verwachting naar het uitklappen van de richtingaanwijzer, die als uit het niets tevoorschijn kwam aan de zijkant van de auto, zo mooi vond ik dat verlichte balkje.......... Ja, en dan reden we het dorp binnen, het dorp van opa en oma, het dorp, waar mijn moeder is opgegroeid, het dorp met maar één straat, ja, inderdaad, een ieder raadt het al, het was de Dorpsstraat!  Stond de auto eenmaal stil op het erf tussen de boerderij en de houten bungalow, waar opa, oma en tante Jansje woonden, dan rolden we bijna de auto uit, we waren net een stel jonge honden. Zo gezellig, zo heerlijk waren die vrijdagavonden. Wat hebben we daar fijne herinneringen aan, om nooit te vergeten. Als we aan het einde van de avond weer op huis aan moesten, kropen we moe, maar voldaan de "kever"  weer in. Tante Jansje keek dan altijd door het achterraampje, "even tellen" zei ze dan "zitten ze er allemaal in?"...........

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Jacomien van Brenk
2 jaar geleden

Echt Janneke wat kun jij dat leuk en spannend vertellen.!!!in gedachten zit ik bij jullie id kever.!!!heerlijk onbezorgd klein te zijn.nog veel vertelsucces.!!!!gr.ons