Artikel in de Gezinsgids

Gepubliceerd op 12 september 2020 om 15:03


Artikel in de Gezinsgids, zoals ik het in mei jl heb geschreven. Het is in een verkorte versie verschenen in de Gezinsgids van 10 september. Ondertussen ben ik dus 61 en mijn jongste dochter, waar ik over schrijf is 21 jaar.


Ik ben zestig jaar, geboren op 29 augustus 1959 in Opheusden aan de Rijnbandijk, niet ver van de plek, waar ik nu woon. Ik was het vijfde kind, na mij zijn er nog vier kinderen geboren, waarvan ik het van de jongste twee nog kan herinneren, tenminste ze waren er opeens. Dat mijn moeder zwanger was wist ik niet, terwijl ik toch al ruim negen jaar oud was, toen de jongste is geboren. Ze weten het tegenwoordig wel eerder. We behoorden tot de Gereformeerde Gemeente in Nederland, waar mijn vader nog diaken is geweest. Van ds. Dorresteijn weet ik niet meer, dan dat de dominee ziek werd en is overleden. We hadden toen een tijdje elke zondag leesdienst en het gebeurde op een zondagmorgen, dat mijn moeder de haren bij mij aan het vlechten was, dat ik zei : niets aan altijd leesdienst, maar toen kreeg ik van mijn moeder een draai om de oren. Ik was net zeven jaar, toen ds van Beek werd bevestigd en intrede deed en dat weet ik nog als de dag van gisteren, wat waren er veel mensen in de kerk. Ds van Beek heeft ons huwelijk ook bevestigd en onze oudste zoon gedoopt, een jaar later is hij overleden, wat een grote slag was voor de gemeente.

Over de kindertijd is veel te vertellen, kan niet anders zeggen, dan dat het een fijne tijd is geweest en we hebben als broers en zussen wat gespeeld met elkaar. Zeuren bij moeder : we weten niet wat we moeten doen, was er bij ons niet bij. We hadden het voorrecht van een groot huis en veel ruimte er omheen, maar de koeienstal, die stond in de zomer natuurlijk leeg, was het gezelligste plekje om te spelen. We hebben er heel wat uren in doorgebracht met winkeltje spelen en we bouwden van de fruitkistjes een kerk met een heuse preekstoel, oudste broer Gijs werd door ons tot dominee geïnstalleerd en weldra galmde de ene na de andere psalm door de schuur. Ja, fantasie hadden we genoeg, op de zolder in huis hadden we een schoollokaaltje gebouwd met fruitkisten als tafeltjes en krukjes, die broer Gert had gemaakt door een plankje op een blok hout aan elkaar te timmeren. Het zal wel niet zo gemakkelijk hebben gezeten, maar we zaten in ieder geval. Maar over de kindertijd is zoveel te vertellen, daarover kom ik niet uitgepraat.

Vader was absoluut het hoofd van het gezin, hij had ontzettend veel gezag en was toch geliefd bij ons allemaal. Wij, als meisjes, mochten niet de haren los, maar we moesten het vlechten of op een staart. Op een morgen hadden mijn oudere zussen Corrie en Marga bij mij een Franse paardestaart gemaakt, het bovenste gedeelte van de haren werd bij elkaar gedaan en daar maakten ze een klein staartje van en de rest hing los. Ze zeiden tegen mij : toe maar, dat zie papa toch niet, en daar ging ik naar beneden, de haren zo ver mogelijk naar achter duwend, maar ik deed de deur van de achterkamer open, mijn vader, die aan de tafel zat, keek op, zei niets, maar wees met de hand, dat ik terug kon naar boven en ik ging weer naar boven, waar mijn zussen stonden af te wachten, hoe het zou aflopen. We hadden het geprobeerd, maar we hadden ontzag voor vader en veel respect. We waren ook ondeugend, hoor, want als vader uit de Bijbel las en bij het hoofdstuk was, dat onder andere ging over geen vlechtingen des haars, dan keken we elkaar veelbetekenend aan en grepen naar onze vlechten. Moeder had niet zoveel tijd voor ons, maar ze was een zorgzaam iemand en we mochten overal spelen en dat is als kind toch wel heel erg fijn.

Ik was nog vijf, toen ik naar de lagere school ging, tussen mijn zussen in met mijn donkerblauw regenjasje, waar niet alleen knopen op zaten, er zat ook een knoop in mijn maag, liepen we naar de school in de Lindelaan. Het werd de kleine school genoemd en de hervormde school werd de grote school genoemd. Ik was een verlegen kind en toen ik die klas met zoveel kinderen zag, had ik het wel benauwd. Ik kwam naast een meisje te zitten met dezelfde achternaam. Toen ik aan het eind van de morgen naar huis liep, was ik toch wel trots op het overtrekblaadje in mijn hand waar aa aap en oo oom op stond. Een paar dagen later zat ik in de klas en ik moest nodig naar de wc, maar ik durfde het niet te vragen en dacht, dat doe ik thuis wel! Ik kon het op laatst bijna niet ophouden, dus ik stak toch maar de vinger op en ja, ik mocht gaan. Ik deed de eerste de beste wc deur open en zag tot mijn verbazing wel een hele rare wc, ik snapte er niets van, maar dat ik op een jongenstoilet was beland, wist ik niet. Ik probeerde er nog op te klimmen, maar dat lukte natuurlijk heel niet en ik moest zo nodig, dat het al te laat was en even later stond ik bedrempeld met mijn natte rokje in de deuropening van de klas, de juf keek even opzij en zei met strenge stem : Ga maar naar huis. En daar ging ik, terwijl ik nooit alleen over straat liep, op huis aan. De lagere schooltijd verliep prima, ben altijd wel een beetje stil en verlegen gebleven, maar had geen moeite met leren en met een goed rapport ging ik van school. Daar werd in die tijd niet veel aandacht aan besteed.

Ik ben daarna naar de MAVO in Kesteren gegaan, in weer en wind op de fiets, maar het was niet zo heel erg ver. Echt een droom had ik niet, dacht daar niet over na, een meisje werd toch gewoon huisvrouw? Ik was nog vijftien, toen ik het diploma behaalde en kon gelijk een baan krijgen op een administratiekantoor. Mijn vader vond dat ik nog te jong was om de hele dag op kantoor te zitten, dus toen ben ik in september 1975 begonnen. In die tijd waren er net de eerste computers en daar moest ik al gauw mee gaan werken.

Ja, hoe ik aan mijn man gekomen ben, dat ging heel makkelijk, mijn oudste zus trouwde met zijn oudste broer en ik was vriendin met een nichtje van Wim, dus we zagen elkaar al regelmatig. Als ik op zaterdagavond bij mijn vriendin was, kwam hij nogal eens met zijn vader daar op bezoek en dan speelde hij altijd op het orgel, ik hield niet zo van orgelmuziek, maar ja, wel van de organist...........

We konden het huis huren, waar zijn broer en mijn zus woonden, ze gingen verhuizen en wij hadden toen twee en een half jaar verkering, dus het was voor ons wel bijzonder, dat we eigenlijk vrij onverwacht konden gaan trouwen. We hoorden het half maart en op 6 mei 1981 zijn we getrouwd, in zes weken hadden we alles geregeld voor de bruiloft, een nieuw behang op de muur in de woonkamer en dat was het, verder vonden wij het prima. Ik heb de baan opgezegd en voor ik het wist, zat ik als getrouwde vrouw in een huisje tussen de weilanden, de vensterbanken vol met bloemen in allerlei soorten van bloempotten, geen telefoon, geen auto bij huis, geen verstand van koken en een zee van tijd om te handwerken, dat deed ik heel graag. Na een paar maanden, zag de baas, waar ik had gewerkt, mij en vroeg, of ik weer terug wilde komen en ik ben toen halve dagen weer gaan werken. In dat huis in Andelst zijn vijf kinderen geboren, toen zijn we verhuisd naar Herveld, waar we een pluimveebedrijf hadden gekocht en daar is de jongste geboren, ruim een maand voor mijn veertigste verjaardag. We hebben haar vernoemd naar mijn oudste zus en naar mijn broer, die toen al was overleden, 41 jaar oud en een vrouw met vijf kinderen achterlatend.

De ziekte begon ongeveer eind 2007, ik kreeg hele dikke voeten van het vocht en ik zwikte steeds met mijn rechtervoet. Ik ging naar de huisarts en het bleek, dat ik veel te hoge bloeddruk had, vandaar de dikke voeten. De medicijnen hielpen eigenlijk heel gauw, maar ik verzwikte me steeds vaker en viel gedurig, ik liep ook mank, maar ben in juli 2008 pas weer naar de huisarts gegaan, omdat ik tot de ontdekking kwam, dat ik het voorste gedeelte van de rechtervoet niet meer omhoog kon doen, had er eerder niet op gelet. Er volgden vele onderzoeken in het ziekenhuis en op 24 maart 2009 zouden we de uitslag krijgen, die ik diep in mijn hart al wist, door zoeken op het internet, waar ik dezelfde verhalen tegen kwam van mensen die de ziekte ALS hadden. Toch duw je die gedachten weg, maar toen ik een paar dagen voor ik de uitslag zou krijgen de artsen van het ALS-team van het UMC in Nijmegen op internet opzocht, wist ik het vrijwel zeker, want de naam van de arts, waar we moesten zijn, stond erbij. Ik heb niets tegen man en kinderen gezegd, tegen beter weten in dacht ik nog, dat het iets anders kon zijn. Maar het was dus wel zo. Op de terugweg naar huis hebben mijn man en ik niets gezegd, allebei met onze gedachten, bij dat wat de arts had gezegd, drie tot vijf jaar nog te leven. ´s Avonds heb ik voorzichtig tegen onze jongste dochter gezegd, die toen negen jaar was, dat mama in de rolstoel terecht zou komen. Ze kroop helemaal tegen me aan en kon eerst alleen maar huilen, maar toen zei ze : mama, als ik achttien ben, dan ga ik het rijbewijs halen en dan rij ik mama overal heen. Ik dacht, kind, dan ben ik er al lang niet meer. Nu is ze bijna 21 en ik mag er nog zijn.
 

De jaren, die volgden waren heel moeilijk en om het te beschrijven is ook niet makkelijk. Het was steeds een stukje inleveren en hulp moeten vragen, valt niet mee. Het scheelde veel, dat mijn man altijd bij huis was, die heeft me de eerste jaren veel kunnen helpen. Maar ook de kinderen hebben heel veel voor mij gedaan. De jongste zat nog op de basisschool in Opheusden en mijn man moest haar ´s middags om kwart over drie ophalen, daarna was het al gauw tijd om eten te gaan koken, ook een lange tijd de taak geweest van mijn man. In het begin had ik ook veel last van kramp in de benen, vooral ´s nachts en het is vaak gebeurd, dat mijn man zes, zeven keer uit bed moest, omdat ik zo'n hevige kramp had. Maar nooit was het hem teveel, de enige klacht, die hij soms uitte, toen ik steeds meer hulp van thuiszorg, familie en bekenden nodig had, was : ik voel me een vreemde in mijn eigen huis. De stemmingen bij mij wisselden enorm, dan opstandig, dan weer onverschillig en gelaten, de ene keer had ik graag bezoek, of wilde ik ergens naartoe, een andere keer wilde ik juist nergens heen en ook geen bezoek. Ik denk, dat zulke dingen bij deze ziekte hoort, vooral toen ik eenmaal in de rolstoel moest, had ik er de ene keer helemaal geen zin in om naar een verjaardag of bruiloft te gaan en de andere keer had ik er totaal geen hinder van. Dat moet voor de familie wel verwarrend zijn geweest, om te weten hoe ze hiermee om moesten gaan. In 2012 hebben we het pluimveebedrijf verkocht en zijn in september in Opheusden gaan wonen. Mijn man ging bij een ander pluimveebedrijf werken en dat beviel hem uitstekend, na jaren alleen te hebben gewerkt, kreeg hij opeens collega's en kwam met verhalen thuis, waar het gezin ook weer van genoot. Drie kinderen waren getrouwd en de jongste drie dochters woonden thuis en twee van hen namen de taak op zich om mij te verzorgen. Er volgden jaren van zoveel verdriet, ziekte en rouw, dat ik nu weleens denk, hoe ben ik er doorgekomen. We woonden nog maar een paar maanden in Opheusden, toen overleed heel onverwacht mijn oudste zus, 56 jaar oud, aan een longembolie. Dat was een groot gemis voor ons, we trokken heel veel met elkaar op, komt natuurlijk ook, omdat onze mannen broers waren. Ze belde me bijna elke dag wel een keer op, dat heeft ze gedaan tot ik de telefoon niet meer kon opnemen. In april 2013 is mijn schoonmoeder overleden, waar mijn man erg aan gehecht was, dat was in korte tijd een tweede klap. Dat jaar was nog niet om, toen verloor mijn man zijn beste collega, waar hij elke dag mee samen had gewerkt en waar hij heel goed mee kon. Begin 2014 kreeg mijn man klachten en na enkele maanden werd het erger, had ook pijn boven in de maagstreek. De huisarts constateerde veel te hoge bloeddruk en dacht dat de pijn van spanning kwam. De kinderen vertrouwden het niet en maakten een afspraak in een ziekenhuis in België en het bleek dat het niet goed was, maar we wisten nog niet precies hoe of wat. In juni overleed mijn moeder, een paar dagen na de begrafenis moest ik voor controle naar het ziekenhuis en werd gelijk opgenomen, omdat het koolzuur in het bloed zo hoog was, dat de arts zich verwonderde, dat ik nog bij bewustzijn was. Vanaf die tijd kreeg ik voor de nacht kapbeademing en er werd een pegsonde naar de maag geplaatst. Ik heb enkele weken in het ziekenhuis gelegen, want het koolzuur in het bloed bleef steeds te hoog, mijn man kreeg te horen na een onderzoek, dat hij slokdarmkanker had en onze dochter trouwde op 16 juli. Ik mocht die dag naar huis, omdat het redelijk stabiel was met me, maar moest weer terug naar het ziekenhuis. Mijn man kreeg chemokuren, die in het begin wel aansloegen, maar de ziekte kwam terug op andere plaatsen in het lichaam en in het voorjaar van 2015 kregen we te horen, dat er niets meer aan gedaan kon worden. Op 24 april kreeg ik een hartstilstand, ben gereanimeerd en kwam bij op het IC in het ziekenhuis in Tiel. Mijn man is nog met een ouderling bij me geweest, maar ik weet daar niets van. Hij was toen al heel zwak en werd in een rolstoel gereden. Ik werd overgebracht naar het UMC in Utrecht, waar ik op 4 mei ben geopereerd en de tracheacanule in de hals heb gekregen. Twee dagen later waren we 34 jaar getrouwd en een verpleegkundige heeft er voor gezorgd, dat ik een uurtje met de wensambulance naar huis mocht. Het was een ontzettend emotioneel weerzien, dat is te begrijpen. Ik lag op de brancard en werd naast het bed van mijn man gereden, er is een foto gemaakt, die we met heel weinig anderen delen. Op de 25e (tweede pinksterdag) ben ik weer met de wensambulance naar huis geweest, ik lag toen niet meer in het ziekenhuis, maar verbleef in een verpleeghuis in Gorinchem. De verpleegkundigen zagen wel, dat het niet goed ging met mijn man en waren bereid om te blijven, wat ze tot laat in de avond hebben gedaan. Een nichtje van ons, die verpleegkundige was, heeft de taak overgenomen, zodat ze met de wensambulance weer konden gaan, echt bijzonder hoeveel die mensen voor een ander overhebben. Die nacht is mijn man overleden.

Die zomer, nadat mijn man is overleden, kwam ik in een grote leegte terecht. De kinderen hebben in het verpleeghuis de beademingszorg geleerd, dus mocht ik na een paar weken naar huis. Ik ben toen begonnen met het uitzoeken van mijn voorgeslacht en met behulp van mijn dochter Wilma is er een soort van fotoboek onstaan met veel foto's, maar ook verhalen. Ik was ondertussen naar verpleeghuis De Betuwehof gegaan, omdat ik het te zwaar vond worden voor mijn kinderen om mij dag en nacht te verzorgen. Het boek was in maart 2017 klaar en daarna ben ik heel erg depressief geweest, wilde zelfs geen sondevoeding meer. Door gesprekken en mailen met predikant Van Voorden en met medicijnen ben ik er weer bovenop gekomen. Ik ben toen begonnen met het uitzoeken van het voorgeslacht van mijn man, waarvan het eerste deel in augustus vorig jaar klaar was, met behulp van dochter Gea. Maar het tweede deel wilde niet meteen goed lukken en ik zat op iets anders te broeden en kaarten verkopen leek me wel wat. De eerste kaarten kocht ik in bij De Betuwehof, maar ik wilde liever fotokaarten gaan verkopen, dan kon ik er zelf ook wat aan doen, het opzoeken van mooie foto's en het bewerken ervan. De kinderen waren gelijk enthousiast en zouden de kaarten wel plakken. Ik liet een kaartenrek maken voor op mijn kamer en omdat ik altijd veel bezoek kreeg, ging het goed met de verkoop. Toen kwam schoondochter Adriana op het idee om een webshop te beginnen, maar dat zag ik eerst niet zitten. Toch ging ik op internet zoeken en mijn jongste dochter Corieke heeft me geholpen om een webshop op te zetten. Ik vond het zo leuk om te doen en ik moest steeds meer mensen hebben, die de foto's op de kaarten plakten, dus ook de zussen sprongen bij en schoondochter Heline begon het ook leuk te vinden en zorgde ook voor de verzending van de kaarten. Sinds begin maart heeft mijn zus Marga de touwtjes in handen en samen met haar dochter runt ze de hele kaartenhandel. Het is meer werk dan eraan verdienen, maar een leuk zakcentje is wel makkelijk. Het gaat om het plezier wat ik eraan heb en een dagbesteding. Dat iedereen mij wil helpen is natuurlijk heel bijzonder en wordt ook heel erg gewaardeerd door me, want het gaat niet zonder hulp van de familie. De zussen, waar ik als kind mee schooltje, kerkje en winkeltje speelde, hebben al gedurig op donderdagavond op mijn kamer gezeten om kaarten te plakken en dat is voor mij zo ontzettend gezellig. Ook op woensdagmorgen komen we altijd bij elkaar, want die dag haalt mijn oudste zoon mij altijd op en dan ben ik een dagje bij hem thuis, of we gaan naar één van mijn zussen. Jammer dat dit al een tijdje niet kan door het corona virus. Verder schrijf ik heel graag en ik vind het ook fijn om gedichtjes te maken. Op de vraag hoe ik over de toekomst denk, kan ik geen antwoord geven, dat vind ik te moeilijk.
De computer bestuur ik met de ogen, hij staat ook dag en nacht voor me, moet dus ook dag en nacht de leesbril op. Links op het scherm staan de muisknoppen, daar moet ik eerst naar kijken en dan naar hetgeen ik wil doen en dat is eigenlijk alles wat een ander ook doet met een muisklik. Het scheelde heel veel dat ik jaren terug al met de computer werkte, want na een uurtje les aan huis begreep ik het wel.
Ik moet er nu aan denken, dat ik in het ziekenhuis terecht kwam voor de tracheacanule en de meeste verpleegkundigen zagen zo´n computer voor het eerst en ze dachten, dat ik een speciale bril op had, waarmee ik de computer bestuurde, maar ik had een goedkope leesbril van de etos van een paar euro. Voor de nacht haalden ze toen de computer weg en dan namen ze heel voorzichtig de bril van de neus en even zo voorzichtig legden ze de bril weg. Ik kon het lachen dan niet inhouden, ze waren zo zuinig op het etosbrilletje :)

Met Vriendelijke groet, Janneke.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Hanna
een jaar geleden

Heb net je bijzondere verhaal gelezen in de gezinsgids! Wat leuk dat je een webshop hebt. Ik hoop gauw wat te bestellen. Veel sterkte en Gods ondersteuning toegewenst bij alles!
Groeten, Hanna van der Doe, Sint Philipsland